![]() |
||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||
In 2010 interviewde Stichting BiELAt zeven vertegenwoordigers uit de ELAt-regio. Zeven personen met diverse achtergronden, met diverse meningen. Om zo een indruk te geven van de kansen en bedreigingen in de ELAt. Op deze plek vindt u de samenvatting van deze interviews in quotes. De interviews zelf kun u op de overige pagina's lezen. Over de regio “Deze regio kent een enorm potentieel. Waarom dan niet intensiever samenwerken? We kijken nog te weinig over de grenzen. We zien cultuurverschillen als grote struikelblok. Terwijl ze eenvoudig overwinbaar zijn.” “We zijn zo goed als de rest van de wereld. Dus dat is geen probleem.” “We missen echte rolmodellen. Op één of andere manier is veel geld verdienen nog steeds niet chique in de optiek van vele mensen. Dat belemmerd dat rolmodellen zich kunnen tonen. We moeten af van het ‘ja, maar’. We zijn te gauw geneigd de beren op de weg te benoemen, de valkuilen te willen ontwijken. Het ontbreekt aan lef.” “Zoals gezegd: tel je het op voor de hele regio, dan komen we een heel eind richting de Lissabonnorm. Eindhoven is een van de weinige regio’s waar de Lissabonnorm wordt gehaald, Leuven en Aachen zitten daar niet ver vandaan.” “Nederland heeft een slecht innovatief vermogen. Wij zijn echt niet op het niveau van Cambridge, Silicon Valley of China. We hebben een techneutencultuur, zijn te weinig ondernemer. Dat is een cultuurissue. We hebben daarom meer flamboyante mensen nodig die aan het roer gaan staan. Het zijn niet de techneuten die daar moeten staan. Over samenwerking “Als we samenwerking zoeken met andere partijen, zoeken we partijen die niet concurrerend zijn. We moeten elkaar aanvullen, niet overlappen. Veelal zijn het partijen uit mijn eigen netwerk, mensen die me begrijpen en voor wie de gedeelde belangen duidelijk zijn. Een non-disclosure agreement is altijd een vast onderdeel van samenwerking, het voorkomt misverstanden. Vertrouwen is de basis voor alles.” “Grote bottleneck voor samenwerking is toch vaak het ‘not invented by me’ syndroom. Dat kun je maar op één manier oplossen: maak er een win-win situatie van. En ga terug naar je core. Je kunt echt prima samenwerken, tot aan de overlap. Zorg voor maximale complementariteit en minimale overlap. Dan kun je succesvol en strategisch samenwerken.” “Succesfactoren voor succesvolle samenwerking? Zorg voor een gemeenschappelijk, aantrekkelijk doel (een BHAG). En neem kleine stappen. Kleine successen motiveren continu.” “We moeten groeien naar clusters. Dat vergroot onze zichtbaarheid in de wereld.” “Waarom zou je samenwerken als bedrijf? Heel eenvoudig: je wilt de concurrentie te slim af zijn. En dan kun je beter delen. Want delen kan tot vermenigvuldiging leiden. Samenwerking op het pre-competitieve stuk, de basistechnieken, is wel makkelijker. Je ziet in die processen vaak: hoe dichter je bij de markt komt, hoe moeilijker het wordt. Richting de kassa, komen de problemen. In het pre-competitieve deel liggen de revenuen nog verder weg.” “Samenwerking extern is vanzelfsprekend. Basis is dat je jezelf steeds afvraagt of je het wel alleen kan. Samen ben je gewoon sneller en dat is in een tijd dat de time to market essentieel is, niet onbelangrijk. Samenwerking binnen Europa gaat goed. Met Aziaten is het al moeilijker. In Azië telt ten eerste de relatie, ten tweede ‘wat is redelijk’ en pas dan komt het contract. In Europa kijken we eerst naar relatie, dan naar contract en pas dan naar redelijkheid. In de Angelsaksische landen geldt eerst contract, dan relatie en dan redelijkheid. Dat bepaalt wel vaak de kansen van samenwerking, er zijn wat hordes te overwinnen. Overigens: in Taiwan hebben we weer een prima naam.” “Als het gaat om innovatie gaat samenwerking tussen Nederlanders overigens vaak moeizaam. Het kan wel, maar dan vaak op basis van een platform. Het is een kwestie van goede afspraken maken. En kritisch zijn met wie je samenwerkt. Houd altijd rekening met conflict of interests.” Over IP “IP is geen probleem. Kwestie van goede afspraken maken en vertrouwen. Het gaat om de aanpak van een gemeenschappelijk doel. IP is vaak een probleem van de ‘grote jongens’. Er heerst wantrouwen, daarin valt nog veel te winnen. Je moet je kennis te gelde kunnen maken. Ook over rewards moet je goede afspraken maken, nog voor je aan een project begint. Anders wordt het risico te groot.” “Het hele IP-recht is volgens mij niet zo’n issue. Ik snap dat hele probleem niet. Alles is goed te regelen in overleg. Dat hoort bij goede samenwerking. Zakendoen blijft mensenwerk. Helaas lijkt het er in de Westerse wereld steeds meer op dat we alleen nog worden gedreven door aandeelhouders. Je ziet dat er nu enorm wordt geknepen op de kosten. Maar dat werkt op de langere termijn niet. Het gaat erom samen waarde en daarmee rendement te creëren.” Over open innovatie “Open innovatie is mooi, maar in de praktijk gaat iedereen uiteindelijk voor zichzelf. Het komt toch altijd weer terug op het eigen belang. En dat is eigenlijk wel jammer, want willen we overleven dan moeten we zuinig zijn op onze kennis en bereid zijn die te delen. Ik ben voorstander van open innovatie, laat dat duidelijk zijn. Maar dan zou er ook open financieel beleid moeten bestaan. Afspraken over inkomens en over budgetten voor innovatie. Ik kom daarbij weer terug op dat vertrouwen. Volgens mij werkt dat alleen als men bereid is met de billen bloot te gaan voor elkander. Om misverstanden te voorkomen: ik heb niets tegen zoiets als bonussen. Maar ik zie te weinig idealen bij ondernemers.” “Ik geloof niet in open source. Open source biedt geen innovatie, enkel volgers. Het is prima voor commodity doelen. Ik pleit wel voor open standaarden; die moeten publiekelijk zijn. Wat dat betreft zouden ze voor mij de patenten op standaarden mogen afschaffen; ze belemmeren innovatie.” Over de rol van externe partijen “De rol van de politiek? Er is te veel wetgeving. Er zijn geen goede regels. Er moeten minder regels komen die duidelijker zijn. Er is te veel wetgeving die vaak ook nog ad hoc tot stand komt. Regels moeten sterk zijn. Het niet afdwingen van regels is concurrentievervalsing.” “Ik denk niet dat externe partijen een rol kunnen spelen in het begeleiden van de samenwerkingen. Persoonlijk vind ik het praatclubjes. Ik ga liever zelf aan de slag. Als je kijkt naar wat bijvoorbeeld Economische zaken investeert in R&D, dan zie je dat 40 procent naar de OEM’s gaat, 40 procent naar het MKB en 20 procent naar de kennisinstellingen. Dat is weer een politieke keuze, dat werkt niet. Volgens mij kun je beter 100 miljoen in spin-offs stoppen en van daaruit proberen nieuwe OEM’s te creëren.” “Het maakt niet uit wie het doet als het maar gebeurt.” “De overheid moet flankerend zijn, niet leidend. Ze kunnen het prima ondersteunen.” “Het R&D beleid van de overheid is prima. Het industriebeleid echter helemaal niet. Het poldermodel werkt hier tegen; de overheid praat met de oude economie, terwijl de kracht juist vanuit het MKB komt. De politiek moet het hoog op de agenda gaan zetten; nu is het moment. Als we het nu niet doen, worden we voorbij gestreefd.” “We moeten oppassen dat we niet alle diamanten die we hebben voor een appel en een ei verkopen. De kansen liggen in deze regio, maar dan moeten we wel blijven communiceren en pro-actief zijn. Ook naar burgers. De politiek moet het op de agenda krijgen, maar het poldermodel werkt tegen. De politiek praat met de oude economie en laat daar de oren naar hangen. Ondertussen komt door het eeuwige poldermodel de kracht van deze regio niet naar boven. Daar moeten we voor oppassen.” Over durfkapitaal “De crisis is voor ondernemers in risicokapitaal geweldig. Geld is makkelijk beschikbaar. Maar de tijd van de buy-outs is voorbij. We staan voor een explosie aan Europees Venture capital. Risk Capitalistst zijn een indicator van de economie. Venture Capitalists zien trends heel vroeg. En ze kennen geen grenzen.” “Waarom zitten er in deze regio niet meer vc’s? Ik denk dat we kritisch zijn. In 2009 hebben we bijvoorbeeld maar twee van de 450 verzoeken verzoeken gehonoreerd. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Amerikanen: voor hen is het glas altijd halfvol. Daarom zijn ze daar ook beter in het creëren van bubbels.” Over OEM’s “Het is een kwestie van goed kijken naar de markt. Je hoeft daarbij niet per se te futuresketchen; de grote partijen hebben hun roadmaps al klaar liggen, zij weten wat er in de markt speelt. Als ondernemer speel je daarop in. En daar wringt vaak de schoen. Hoe verbind je die businesscases aan het MKB. Hoe motiveer je OEM’ers om samen te gaan werken in die cases? Alleen dan kun je samenwerking en dus deze regio interessant maken.” |
||||||||||||||||||||||
|
Menu |
||||||||||||||||||||||
A Postbus 6365, 5600 HJ Eindhoven E info@bielat.nl I www.bielat.nl KvK 17174009 Eindhoven B ABN AMRO 62.60.47.293 |
||||||||||||||||||||||